blog
Het is oktober 2025. Sinds de invoering van de Omgevingswet in januari 2024 wordt er door gemeenten volop gesproken over en gewerkt aan participatie. Maar als je de ervaringen van deelnemers hoort, merk je al snel: het lijkt vooral een vinkje. “We hebben inwoners betrokken”, zegt de gemeente, terwijl je je afvraagt: ‘Hebben inwoners écht meegedacht? Hebben ze invloed gehad op de plannen? Of was het vooral een formaliteit?’

Bij ID-Flux zien we dat veel overheden nog vastzitten in de gedachte dat participatie vooral zenden of ophalen is. En dat zien wij niet alleen. Sarah Ros, bestuursadviseur fysieke leefomgeving en participatie, merkt dat overheden moeite hebben met de vormvrije participatie zoals die wordt beschreven in de Omgevingswet. In dit artikel zegt Ros: “Als je participatie afvinkt, kun je het net zo goed overslaan.”
Het lijkt alsof we doen wat we altijd deden: mensen mogen naar een bijeenkomst komen of online hun mening geven in een enquête, en klaar is Kees. Maar echte participatie vraagt om meer. Het gaat niet alleen over het verzamelen van meningen, het gaat over samen plannen maken en invloed uitoefenen. Plannen worden dan niet alleen bedacht door beleidsmakers, maar samen met de inwoners.

Ik denk vaak terug aan een project waarin onze buurt betrokken was bij de plaatsing van een zonnepanelenveld. Het eerste (en tegelijk het laatste) contact met de bewoners was een inloopavond. Het bleek vooral een informatieavond, waarin de plannen werden gepresenteerd. Er waren specialisten van de projectontwikkelaar en de projectleider van de gemeente was aanwezig. Iedereen mocht komen en vertellen wat hij of zij belangrijk vond. Goed bedoeld, maar ik voelde dat er iets ontbrak. Want wat gebeurde er daarna? De ideeën werden verzameld, maar terugkoppeling? Die bleef uit.
Waarom lijkt participatie soms meer op een formaliteit dan op een proces van samen ontdekken? Is het de angst dat er een beerput vol ellende opengaat als je inwoners betrekt? Ik hoor regelmatig: ‘Inwoners zijn geen experts, die weten niet waar ze het over hebben,’ en ‘We kunnen niet iedereen tevreden houden.’ En daarnaast zijn er ook nog de logistieke en operationele vragen: hoe organiseren we participatie, hoe communiceren we, hoe ziet de besluitvorming eruit?
De grote weerstand zit vaak bij de inwoners, en dat is begrijpelijk. Je zou zelfs kunnen zeggen: ze hebben er recht op 😅 Die weerstand komt meestal naar voren zodra ze het gevoel krijgen dat ze alleen maar mogen tekenen bij het kruisje.
Het omdenken zit in de kansen die participatie biedt: betere plannen (vaak is dat domweg omdat er (veel) meer situationele praktijkkennis voorhanden is bij de inwoners), meer draagvlak (begrip voor verschillende invalshoeken en behoeften) en meer daadkracht (uit betrokkenheid). De opmerking ‘kost veel tijd en energie’ lijkt treffend, maar is wel een goede investering. Want het is niet zomaar dat je geld uitgeeft, het is een investering met een groot potentieel rendement, mits je het goed aanpakt.
De kern is dat het vaak ontbreekt aan de vervolgstappen: mensen niet actief betrekken bij het vervolg, geen terugkoppeling of inspraak over de keuzes en de uitvoering. En dat begrijp ik, het kost tijd en energie. Maar dat is juist de essentie van echte participatie.
Het betekent dat inwoners zich niet alleen gehoord voelen, maar ook serieus meegenomen worden in het proces van begin tot eind. Door vooraf hun ideeën en belangen te delen, en daadwerkelijk terug te krijgen wat er met hun inbreng gebeurt. Betrokken blijven en misschien zelfs actief meedoen aan de vervolgstappen en meekijken bij de uitvoering. En niet te vergeten: betrokken worden bij evaluaties, zodat ze kunnen aangeven of het resultaat aansluit bij hun verwachtingen.
Echte participatie vraagt om een (doorgaande) dialoog, een proces waarin inwoners niet alleen input leveren of bij het kruisje tekenen, maar actief betrokken worden en blijven. Het doorbreekt de ‘vinkjes-cultuur’ en maakt ruimte voor authentieke betrokkenheid.
Door niet alleen te vragen ‘wat vinden jullie?’, maar ook samen stil te staan bij vragen als ‘wat kunnen we doen met die input?’, ‘welke voor- en nadelen hebben bepaalde keuzes’, en ‘wat vinden we dan het belangrijkst?’ Daarbij is het essentieel om terug te koppelen, keuzes toe te lichten en deelnemers actief te laten meedenken over de vervolgstappen. En vooral: hen echt als partners te zien.
Het vraagt wel een andere blik op de maatschappij en de verhoudingen tussen overheid en inwoners. Om een bewuste aanpak en commitment. Want uiteindelijk gaat participatie niet over hoe je het organiseert, maar over hoe je mensen serieus neemt. Het gaat erom dat inwoners zich niet alleen gezien voelen, maar ook onderdeel worden van de oplossing. Ze worden niet langer gezien als obstakels, maar als actieve mede-ontwerpers van hún leefomgeving.
Een vorm van samenwerken waarin inwoners en andere belanghebbenden niet alleen worden betrokken bij de ‘formele fase’ van ophalen, maar waar input, terugkoppeling en uitvoering hand in hand gaan. Waardoor de betrokkenheid groter wordt en het vertrouwen versterkt. Zo wordt participatie niet meer slechts een vinkje, maar een kracht: een manier om op een rijke, eerlijke en inspirerende manier samen te werken aan een inclusieve wereld.
Auteur: Margriet Twisterling, adviseur online participatie @ ID-Flux
We delen waardevolle kennis over slim samenwerken, ideation en innovatie.