blog
We merken bij ID-Flux dat er best wel wat aarzeling is om met vernieuwing aan de slag te gaan, zeker als het gaat om nieuwe tools die nog geen uitgebreid trackrecord hebben. Waarom is die aarzeling er? En nog belangrijker: wat is er nodig om tóch ruimte te maken voor vernieuwing?

Het klinkt zo logisch: gemeenten willen beter samenwerken met inwoners, en daarvoor zijn allerlei nieuwe instrumenten beschikbaar. Maar gemeenten vinden het ook spannend om iets nieuws uit te proberen. In dit artikel zoeken we uit hoe dit komt en welke oplossingen er zijn.
Het werken met een nieuw instrument – of dat nu een digitale tool is of een andere werkwijze – betekent altijd dat je iets ouds loslaat. Dat is spannend. Gewoontes zitten diep. Mensen vragen zich af: Hoe werkt dit dan? Krijgen we iedereen mee? Soms zijn er vaste afspraken met externe partijen of bepaalde protocollen, die vernieuwing kunnen frustreren. En dan is er nog de angst om te falen. Zeker wanneer bewoners betrokken zijn, ligt de lat hoog. Niemand wil het risico lopen dat het ‘misgaat’.
Die terughoudendheid is begrijpelijk. Verandering brengt onzekerheid met zich mee. Maar juist dáár kan een moderne kijk op risicomanagement het verschil maken. Verandering vraagt wel om lef en zorgvuldigheid.
Traditioneel werd risicomanagement vaak gezien als een manier om fouten te voorkomen en controle te behouden. Maar volgens dr. ir. Martin van Staveren, docent aan de Universiteit Twente, kan dat ook anders. Hij pleit voor risicosturing: een benadering waarbij risico’s niet alleen vermeden, maar bewust verkend worden. Risico’s worden dan niet als obstakels gezien, maar als signalen die richting geven.
Volgens de internationale ISO 31000-richtlijn is risico het “effect van onzekerheid op doelen”. Dat effect kan negatief zijn – maar ook positief. Oftewel: risico’s zijn óók kansen.
Voor wie deze formule interessant vindt: het gaat om de kans dat het effect zich voordoet. Vaak is deze kans (heel) klein, maar het effect dusdanig groot dat je dit wilt voorkomen. Echter, we zijn geneigd het effect voorop te stellen (want dat willen we niet) en daarom beginnen we er niet aan. Terwijl het risico aanmerkelijk kleiner is dan het effect. Vooral als je laagdrempelig experimenteert, is het effect vaak niet zo groot als men denkt.
Gemeenten willen doelen bereiken; meer vertrouwen van inwoners, meer samenwerking, betere dienstverlening. Nieuwe instrumenten kunnen daar enorm bij helpen. Maar alleen als er ruimte is om te experimenteren, om te leren. En dus ook om fouten te mogen maken. Een nieuwe participatieaanpak hoeft niet in één keer perfect te zijn. Het gaat erom dat je klein durft te beginnen, feedback ophaalt en bijstuurt waar dat nodig is.
Dat vraagt om een cultuur waarin mensen zich gesteund voelen, ook als iets niet direct lukt. Waar leren belangrijker is dan beheersen. Waar risico’s besproken worden en niet weggestopt.
De vergeten groep in het Museumpark
Op een zonnige dag in het Museumpark in Rotterdam zwermen skaters, rolschaatsers en BMX’ers over het betonnen plein. Al jaren is dit een geliefde plek. Niet bedacht door een beleidsplan, maar gegroeid van onderop. Een levendige, diverse community van jongeren en creatievelingen die hun eigen plek in de stad hebben gevonden.
En dan komt er verandering. De gemeente presenteert plannen voor een 'internationaal cultuurpark': meer groen, een aantrekkelijker verblijfsplek. Op papier prachtig, wie wil er nu geen groenere stad? Toch gaat er iets mis.
De participatie rond dit plan is ruim opgezet, met inspraakavonden en gesprekken met buurtbewoners. Maar één groep wordt over het hoofd gezien: de mensen die dagelijks het plein gebruiken. Ze zijn geen formele organisatie, geen bewoners van het omliggende blok. Ze passen niet in het participatiekader. En dus worden ze niet gevraagd om mee te denken.
Pas als de plannen al bijna rond zijn, laten de skaters van zich horen. Met een petitie, ruim vijfduizend handtekeningen sterk. Ze willen hun plek behouden. Ze willen meedenken. Maar als ze eindelijk aan tafel zitten, blijkt dat er weinig te schuiven valt. De plannen liggen al vast. Er komt een iets gladdere ondergrond, maar geen echte skatevoorzieningen. De betrokkenheid slaat om in frustratie. Hun stem klonk, maar werd niet echt gehoord.
Kim Butter, één van de betrokkenen, noemt het een participatie-burnout. Een pijnlijk proces waarin je je als inwoner eerst gehoord waant, maar uiteindelijk tegen muren aanloopt.
“Er wordt gesloopt en verbouwd alsof er niets van waarde is ontstaan in de stad”, schrijft een bezorgde Rotterdammer. “Waarom wordt al het moois dat van onderop is ontstaan de prullenbak ingegooid?”
De keuze voor risicosturing
In deze situatie had de gemeente kunnen leren van de gemaakte fout, excuses aanbieden en bijsturen in plaats van beheersen. Hierdoor was de relatie zeker hersteld, het vertrouwen gegroeid en de dienstverlening aan haar inwoners verbeterd.
__________________________________________________________________________________________________________________________
Verandering brengt risico’s met zich mee, dat valt niet te ontkennen. Maar wie zich alleen richt op wat mis kan gaan, ziet over het hoofd wat er allemaal mogelijk is! Door risico’s te zien als kansen, kun je als gemeente juist slagvaardiger, veerkrachtiger en innovatiever worden. En dat is uiteindelijk waar inwoners het meeste van merken.
Auteur: Margriet Twisterling, adviseur online participatie @ ID-Flux
We delen waardevolle kennis over slim samenwerken, ideation en innovatie.